Kind en uitvaartEen kind voorbereiden op het afscheid.

Voor ouders, grootouders en anderen die een kind bij een afscheid willen betrekken.

Geschreven door Uitvaartzorg Kremer. Wij weten hoe een uitvaart verloopt en wat een kind daar kan tegenkomen. Kinderpsychologen of rouwdeskundigen zijn we niet: deze pagina geeft praktische mogelijkheden, geen psychologisch advies. Waar u meer hulp kunt vragen.

Kan een kind mee naar een uitvaart?

Ja, een kind kan mee, ook een jong kind. Het hoeft niet. Er is geen vaste leeftijd waarop het wel of niet hoort.

Waar u bij de keuze aan kunt denken: weet het kind van tevoren wat het gaat zien, mag het zelf meekiezen, en is er een volwassene die bij het kind blijft?

Meegaan is geen plicht. Blijft een kind thuis, dan kunt u het afscheid op een andere manier samen bespreken, bijvoorbeeld door er later over te praten of foto’s te bekijken. En een kind dat meegaat, hoeft niet alles mee te maken. Daartussen zitten veel mogelijkheden.

Drie dingen die op deze hele pagina terugkomen

  1. Vertellen

    Vertel vooraf wat er gaat gebeuren.

    Dan weet het kind wat het kan verwachten.

  2. Kiezen

    Laat kiezen waar dat kan.

    Een uitnodiging, geen opdracht. Nee zeggen is ook een keuze.

  3. Terugkomen

    Laat de weg terug open.

    Een kind mag bij de deur alsnog nee zeggen, of later toch willen.

Vertellen

Vertellen wat er is gebeurd: de woorden zelf

U kunt gewone, concrete woorden gebruiken, zoals ‘dood’ en ‘overleden’. Voor volwassenen klinken die soms hard, maar ze laten weinig ruimte voor misverstand.

Omschrijvingen die volwassenen troostend vinden, kunnen voor een kind verwarrend zijn: sommige kinderen nemen ze letterlijk. Een paar voorbeelden, geen vaste teksten: u kent uw kind en uw eigen woorden het best.

Wat verwarrend kan zijn
“Opa is gaan slapen.”
Een kind kan dit letterlijk nemen en wachten tot opa wakker wordt.
Wat duidelijker kan zijn
“Opa is dood. Zijn lichaam werkt niet meer. Hij ademt niet en hij voelt geen pijn.”
Wat verwarrend kan zijn
“We zijn oma kwijt.”
Wat kwijt is, kun je zoeken en terugvinden.
Wat duidelijker kan zijn
“Oma is overleden. Ze komt niet meer terug. Dat is heel verdrietig.”
Wat verwarrend kan zijn
“Papa is heel ziek geweest en is daardoor doodgegaan.”
Een kind kan dan gaan denken dat iedere ziekte zo afloopt.
Wat duidelijker kan zijn
“Papa had een heel zware ziekte. Niet zoals wanneer jij verkouden bent. De dokters konden hem niet meer beter maken.”

Wat u weet, en wat u gelooft

Vragen als ‘waar is oma nu?’ gaan over wat mensen geloven, en dat verschilt per gezin. Het kan helpen om dat onderscheid hardop te maken. Dan weet een kind wat zeker is, en wat uw gezin erover denkt.

“We weten dat oma’s lichaam niet meer werkt. Wij geloven dat …”

Weet u het zelf niet? Dan is ‘dat weet ik niet, daar denken mensen verschillend over’ ook een eerlijk antwoord.

Vertellen · Kiezen

Vier vragen om mee te beginnen

Of een kind meegaat, de overledene ziet of iets doet tijdens het afscheid: er is geen regel die voor ieder kind klopt. Deze vragen helpen om het voor uw kind in te schatten.

  1. Wat weet het kind al?

    Heeft het eerder iemand zien overlijden, of een uitvaart meegemaakt? Wat heeft het al gehoord, en van wie?

  2. Wat gaat het kind daadwerkelijk zien?

    Een open of gesloten kist, een volle zaal, een graf. Weet u dat zelf nog niet, vraag het uw uitvaartbegeleider. Dan kunt u het eerlijk vertellen.

  3. Wat wil het kind zelf?

    Vraag het, nadat u heeft verteld wat er gebeurt. Weet een kind nog niet wat een uitvaart is, dan is die vraag lastig te beantwoorden.

  4. Wie is er voor het kind?

    U heeft zelf ook verdriet. Is er een volwassene die het kind kent en die er die dag vooral voor het kind kan zijn? Meer daarover.

Vertellen · Kiezen · Terugkomen

Kan een kind de overledene zien?

Dat kan, als de situatie het toelaat; uw uitvaartbegeleider kan u vertellen wat er mogelijk is. Sommige kinderen willen het graag, anderen niet. Allebei is goed.

U kunt vooraf vertellen wat het kind gaat zien, en afspreken dat het op elk moment weer weg mag.

Wat u van tevoren kunt vertellen

  • Opa ligt stil, op een bed of in de kist. Hij beweegt niet en ademt niet.
  • Als je hem aanraakt, voelt hij koud aan. Dat komt doordat zijn lichaam niet meer werkt.
  • Hij kan er een beetje anders uitzien dan je gewend bent, bijvoorbeeld van kleur.
  • Hij zegt niets terug. Je mag wel tegen hem praten, als je dat wilt.
  • Er kunnen bloemen staan, kaarsen of foto’s. Misschien huilen er mensen.

Zo kan het gaan

  1. Een volwassene gaat eerst zelf kijken, zodat die precies kan vertellen wat het kind ziet.
  2. Het kind kiest: mee naar binnen, in de deuropening blijven, of buiten wachten.
  3. Binnen mag het kind dichterbij komen of op afstand blijven. Aanraken mag, het hoeft niet.
  4. Het kind mag altijd weer naar buiten, zonder uit te leggen waarom.
  5. En het mag later nog eens terugkomen, als dat kan. Daarover verderop meer.

Twijfelt u hoe de overledene eruitziet?

Na een ongeval, een lange ziekte of als er een tijd overheen is gegaan, kan iemand er anders uitzien. Vraag uw uitvaartbegeleider wat een kind zou zien. Daarna beslist u zelf. Als het overlijden ingrijpend was.

Vertellen · Kiezen

Mee naar de uitvaart

Een kind kan bij de afscheidsdienst zijn, bij een deel ervan, of alleen bij de koffie na afloop. Wat het kind van tevoren weet, maakt de dag voorspelbaarder.

Wat u vooraf kunt vertellen

Waar
In welk gebouw, en hoe het daar ongeveer uitziet.
Wie
Familie, maar ook mensen die het kind niet kent. Dat het druk kan zijn.
De kist
Waar die staat, en of die open of dicht is.
De mensen
Dat volwassenen huilen, en soms ook lachen om een verhaal. Allebei hoort erbij.
Hoe lang
Ongeveer hoe lang het duurt, en dat er stille momenten zijn.
Daarna
Wat er na de dienst gebeurt: naar de begraafplaats, of de kist blijft achter voor de crematie. Dan koffie, of naar huis.

Kleine dingen die helpen

  • Ga aan het eind van een rij zitten, bij het gangpad. Dan kan het kind zonder gedoe even naar buiten.
  • Neem iets vertrouwds mee: een knuffel, iets om te tekenen.
  • Leg vooraf uit wat rituelen betekenen, zoals een kaars aansteken of langs de kist lopen. Over rituelen bij een uitvaart

Een praktische mogelijkheid

U kunt één volwassene vragen die er die dag alleen voor het kind is.

Iemand die het kind goed kent, maar minder dicht bij de overledene stond: een tante, een buurvrouw, een vriend van de familie. Zo hoeft u niet tegelijk te rouwen en op te letten. Die volwassene:

  • zit naast het kind en beantwoordt vragen;
  • gaat mee naar buiten als het te veel wordt, zonder te vragen waarom;
  • weet wat het kind wel en niet wil, en vertelt dat aan u.

Kan of wil een kind er niet bij zijn? Met een livestream of een paar foto’s van de kist en de bloemen kunt u het later samen bekijken.

Kiezen

Een rol tijdens het afscheid, als het kind dat wil

Sommige kinderen willen iets doen tijdens het afscheid. Het blijft een uitnodiging: een kind dat alleen wil kijken, doet ook mee.

  • Een tekening of brief maken, bij de foto of voor in de kist.
  • Een kaars aansteken of een bloem neerleggen.
  • Een foto uitkiezen die tijdens de dienst te zien is.
  • Een liedje kiezen.
  • Iets meegeven: een knuffel, een steen, een armbandje.
  • Iets zeggen, of laten voorlezen wat het zelf schreef.

Wat er kan, verschilt per locatie. Wilt u iets in de kist leggen? Vraag uw uitvaartbegeleider wat er mogelijk is.

Vindt een kind het spannend om zelf voor te lezen? Dan kan een volwassene het voorlezen. Het blijven de woorden van het kind.

Terugkomen

Een kind mag van gedachten veranderen

‘Ik wil oma zien’ kan bij de deur ‘nee’ worden. En een kind dat eerst niet mee wilde, kan het een dag later toch willen. Dat mag.

Als het nee wordt

Ga zonder discussie mee naar buiten. Zeg erbij dat het goed is, en dat het later nog eens mag.

Als het later ja wordt

Vraag uw uitvaartbegeleider tot wanneer bezoek aan de overledene nog kan. Na de uitvaart blijven er momenten: het graf bezoeken, of samen bij de as stilstaan.

Het helpt om keuzes niet groter te maken dan ze zijn. ‘We gaan samen tot de deur, en dan kijk je wat je wilt’ is makkelijker dan ‘wil je opa wel of niet zien?’

Leeftijd als richting, niet als regel

Wat een kind begrijpt en wil weten, verschilt van kind tot kind. Leeftijd speelt mee, maar ook karakter, eerdere ervaringen en de band met de overledene.

Vraag het kind zelf wat het wil weten, en pas uw uitleg daarop aan. Een kind kan dezelfde vraag ook meer dan eens stellen; dan kunt u hem opnieuw beantwoorden.

Vertellen

Vragen die kinderen kunnen stellen

Eerlijk, kort en concreet. En beantwoord de vraag die het kind stelt, niet de vijf vragen die u erachter hoort. Wil het meer weten, dan kan het doorvragen.

Een kind kan bijvoorbeeld vragen:

“Kan opa nog horen?”
Bijvoorbeeld: “Nee. Als iemand dood is, werkt zijn lichaam niet meer. Hij hoort en voelt niets meer. Je mag wel tegen hem praten, als je dat fijn vindt.”
“Heeft oma pijn?”
Bijvoorbeeld: “Nee. Dood zijn doet geen pijn. Ze voelt niets meer.”
“Wordt hij weer wakker?”
Bijvoorbeeld: “Nee. Dood is voor altijd. Dat is heel verdrietig, ook voor mij.”
“Ga jij ook dood?”
Bijvoorbeeld: “Iedereen gaat ooit dood. Maar ik verwacht dat dat nog heel lang duurt. En er is altijd iemand die voor jou zorgt.”
“Wat gebeurt er met de kist?”
Bij een begrafenis: “De kist gaat in een graf, in de grond. Daar kunnen we later naartoe.” Bij een crematie: “De kist met opa erin wordt verbrand. Daarna blijft er as over, en daar kiezen we een mooie plek voor.” Wilt u het zelf eerst precies weten? Lees hoe begraven en cremeren in zijn werk gaan.
“Waar is oma nu?”
Hier lopen weten en geloven door elkaar. Bijvoorbeeld: “Haar lichaam ligt in de kist. Wat er verder met iemand gebeurt als hij doodgaat, daar denken mensen verschillend over. Wij denken …”
“Is het mijn schuld?”
Stelt een kind deze vraag, dan kunt u duidelijk zeggen: “Nee. Niets wat jij gedaan of gedacht hebt, heeft dit veroorzaakt.”

Als het overlijden plotseling of ingrijpend was

Na een ongeval, zelfdoding of een ander schokkend overlijden is er vaak meer te bespreken: wat u vertelt, wat een kind ziet, en wat het misschien al heeft gehoord.

Over wat een kind bij de overledene en op de uitvaart zou zien, kunnen wij u eerlijk informeren. Over hoe u een schokkende gebeurtenis aan een kind uitlegt, en wat een kind daarna nodig heeft, zijn anderen deskundiger. U hoeft het niet alleen uit te zoeken. Waar u hulp kunt vragen.

Als u meer hulp zoekt

Twijfelt u of uw kind meer steun nodig heeft dan u kunt geven, dan kunt u dat bespreken met iemand die kinderen en rouw kent.

  • De huisartsKan meedenken en zo nodig doorverwijzen.
  • SchoolU kunt de leerkracht vertellen wat er is gebeurd. Dan weet die wat er speelt.
  • Rouwbegeleiding voor kinderenEr zijn begeleiders en organisaties die zich speciaal op kinderen en jongeren richten.

Bespreek met ons wat uw kind gaat zien

U kent uw kind. Wij weten hoe de dag verloopt. Samen kunt u inschatten wat goed voelt. Wij kunnen:

  • vertellen wat een kind bij de overledene zal zien, voordat het gaat kijken;
  • stap voor stap uitleggen hoe de dienst verloopt, zodat u het kind kunt voorbereiden;
  • meedenken over een rol voor het kind, en over wat er in de kist mee kan;
  • ook na de uitvaart bereikbaar blijven voor uw vragen.

Dag en nacht bereikbaar. Wie wij zijn

Nog een paar vragen

Kan een baby of peuter mee?

Ja, dat kan. Spreek vooraf af wie met het kind naar buiten gaat als het onrustig wordt.

Moet mijn kind naar school de dag van de uitvaart?

Overleg met school. Vertel er ook bij wat er is gebeurd, zodat de leerkracht er in de dagen erna rekening mee kan houden.

Wat als ik zelf te verdrietig ben om mijn kind voor te bereiden?

Dat is begrijpelijk. Een andere vertrouwde volwassene kan het vertellen, of het samen met u doen. Uw kind ziet ook dat u verdrietig bent, en dat mag.